15 oktober 2025

PhD Stadsgeschiedenis: herbestemming van stadskloosters

NL EN

Toen ik in 2021 met pensioen ging en stopte met mijn werk in de bibliotheeksystemen en data-infrastructuur bij de Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam, laatstelijk als project manager/coördinator digitale infrastructuur (zie ook Over deze site en mij), kon ik eindelijk meer tijd besteden aan mijn persoonlijke interesses: geschiedenis (met name stadsgeschiedenis), cartografie en verwante alfa-onderwerpen. Inmiddels heeft dit een serieuze vorm aangenomen. Het begint zelfs op werk te lijken.

Sinds 1 september 2024 ben ik officieel ingeschreven als externe of “self funded” PhD-kandidaat aan de Amsterdam School of Historical Studies van de Universiteit van Amsterdam. Dat is trouwens al mijn derde affiliatie met de Universiteit van Amsterdam. In 1987 heb ik daar een doctoraal examen (master) sociologie van arbeid en organisatie behaald.

Mijn onderzoeksterrein is stadsgeschiedenis/stadsmorfologie en mijn onderwerp is de herbestemming van geconfisqueerde stadskloosters in het graafschap Holland tijdens de Reformatie en de Opstand tegen de onderdrukking van het protestantisme door de Spaans/Habsburgse heersers eind zestiende en begin zeventiende eeuw (ook bekend als de Tachtigjarige oorlog).

Bij herbestemming van de kloostergebouwen en -terreinen kan onderscheid gemaakt worden naar functietype: zorg (ziekenzorg, armenzorg, en dergelijke), onderwijs, bestuur (zoals rechtspraak), militair gebruik, openbare ruimte (infrastructuur zoals straten en dergelijke), nijverheid, handel, huisvesting. Van belang zijn ook de betrokken actoren (stadsbestuur, instellingen, privé-personen) en eigendomsverhoudingen.

In mijn onderzoek kijk ik naar de overeenkomsten en verschillen in herbestemming in een aantal steden en probeer ik daarvoor verklaringen te geven. Zo’n vergelijkende studie is er nog niet voor de Noordelijke Nederlanden, wel zijn er veel monografieën en artikelen over individuele steden en kloosters, waarbij confiscatie en in mindere mate herbestemming aan de orde komen. Ik maak gebruik van primaire en secundaire literatuur, archieven, historische stadsplattegronden en beeldmateriaal.

Om een serieus onderzoeksvoorstel te kunnen schrijven was ik voor het officiële begin van mijn PhD-traject in overleg met mijn beoogde begeleider al enige tijd bezig met voorbereidend onderzoek naar het onderwerp, met de nadruk op kloosters en stadsontwikkeling in de middeleeuwen en de beginjaren van de reformatie en de opstand in de Nederlanden.

Belangrijke vragen hierbij zijn: wat moet worden verstaan onder een stad in de zestiende eeuw, wat moet worden verstaan onder een stadsklooster, wat is er al bekend over confiscatie en hergebruik van kloosters, en, heel belangrijk, hoe kom je tot een werkbare verzameling kloostersteden?

Gelukkig zijn er twee tamelijk volledige overzichten online beschikbaar van kloosters op het grondgebied van het huidige Nederland, waar ik dankbaar gebruik van maak:

  1. Kloosterlijst (database) en interactieve Kloosterkaart van VU-Geoplaza (tot 1800)
  2. Kloosters in Nederland van het Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven (tot heden), database met relevante teksten uit de beschikbare literatuur en bronnen per klooster.

De database van de Kloosterlijst/Kloosterkaart heb ik kunnen gebruiken als basis voor mijn project-database met gegevens over confiscatie en herbestemming.

Omdat het ruimtebeslag van kloosters in steden een belangrijk aandachtspunt is, heb ik bij het bepalen van een werkbare lijst kloostersteden gekeken naar een minimum aantal inwoners, een meer dan gemiddelde bevolkingsdichtheid en een minimum aantal kloosters per stad. Daarbij heb ik besloten alleen te kijken naar steden in het graafschap Holland (de huidige provincies Noord- en Zuid-Holland en het noordwestelijke deel van Brabant), omdat daar de meeste steden gevestigd waren met de meeste kloosters, en omdat Holland gedurende de opstand de kern van de opstandige gebieden vormde. Ik kwam zo tot acht steden: Alkmaar (6 kloosters), Hoorn (7 kloosters), Haarlem (20 kloosters), Amsterdam (20 kloosters), Leiden (18 kloosters), Gouda (10 kloosters), Delft (11 kloosters) en Dordrecht (10 kloosters).

In het promotietraject is na een jaar de beoordeling van een pilot study voorzien, in de vorm van een hoofdstuk van het uiteindelijke proefschrift. Wordt dit goedgekeurd, dan mag je doorgaan, anders is het afgelopen. Mijn pilot study bestaat uit een inhoudelijk hoofdstuk over een van de acht steden, Gouda. Aan de ene kant is zo’n losstaand, onafhankelijk te lezen hoofdstuk een lastige opgave, omdat impliciet informatie wordt verondersteld uit nog te schrijven inleidende en achtergrondhoofdstukken. Je bent geneigd dan toch hier en daar extra informatie op te nemen die in de definitieve versie niet nodig zal zijn. Aan de andere kant is het een bijzonder nuttige oefening in het bepalen van de basisstructuur van de casus-hoofdstukken en het vaststellen welke informatie wel en niet vereist is voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen.

Inmiddels is mijn pilot study goedgekeurd, dus ik mag door.


English:

After my retirement from the Library of the University of Amsterdam in 2021 (see About this site and me) I had more time for my personal interests: (urban) history, cartography and other humanities topics. Meanwhile this has gotten rather serious.

From 1 September 2024 I am officially registered as an external or “self-funded” PhD candidate at the Amsterdam School of Historical Studies van de Universiteit van Amsterdam. By the way, this is my third affiliation with the University of Amsterdam, where I obtained a master’s degree in sociology of labour and organizations in 1987.

My research area is urban history and morphology and my subject is the repurposing of confiscated urban convents/monasteries in the county Holland during the Reformation and the Revolt against the oppression of Protestantism by the Spanish/Habsburg rulers in the late sixteenth and early seventeenth centuries (also known as the Eighty Years’ War). (I will refer to convents and monasteries as “convents” from here on).

With repurposing, different function types can be distinguished such as care (healthcare, poor relief), education, public administration, military use, public space, industry, trade, housing. Other important factors are the actors involved (city councils, institutions, private persons) and property ownership.

In my research I will analyse similarities and differences in repurposing between a number of cities. A comparative study like this is not yet available for the Northern Netherlands, but there are many publications about individual cities and convents, discussing confiscation and, to a lesser extent, repurposing. I will use primary and secondary literature, archives, historical city maps and visual material.

Before submitting my PhD research proposal I did some research into urban development and convents in the middle ages and the early years of the reformation and the revolt in the Netherlands. Important issues: how to define a 16th century city, how to define urban convents, how to compile a manageable set of cities with convents?

Fortunately there are two fairly comprehensive overviews available online of convents in the territory of the present-day Netherlands, which I make grateful use of:

  1. Kloosterlijst/List of Convents (database of convents) and interactive map by VU-Geoplaza (up to 1800)
  2. Convents in the Netherlands by the Dutch Convents Heritage Centre, database with relevant texts from the available literature and sources per convent (up to the present).

I was able to reuse the Kloosterlijst database as starting point for my own project database with confiscation and repurposing data.

Because land use is a key issue in this research, in determining the list of cities I used as criteria a minimum population count, a more than average population density and a minimum number of convents. In addition I have only looked at cities in the county Holland, because it was the area with the most cities with the most convents, and because it was the political, military and religious centre of the revolt. This resulted in eight cities: Alkmaar (6), Hoorn (7), Haarlem (20), Amsterdam (20), Leiden (18), Gouda (10), Delft (11) en Dordrecht (10).

After one year the PhD programme provides a go/no-go assessment of a pilot study in the form of a chapter of the final dissertation. I submitted a case study chapter on one of the eight cities (Gouda), which proved to be a useful exercise in determining the basic structure of the case chapters and the research as a whole, as well as identifying essential information required for answering the research questions.

My pilot study was recently approved, so the story continues…